Vraag maar raak:
Welke houtsoorten zijn het meest geschikt voor ladelopers?
Een lade in een meubel wordt meestal vele malen geopend en gesloten gedurende de levensduur. En een lade kun je lekker volstoppen dus naast het eigen gewicht van het hout zorgt ook de inhoud voor slijtagekrachten op het loopvlak. Om nu niet meteen onze aanstaande restauratoren handenvol werk te veschaffen, ga je proberen om de constructies zo duurzaam mogelijk te maken.
Meubels die lekker lang meegaan zijn leuk voor de klant en eervol voor de maker en worden het antiek van de toekomst. De te kiezen houtsoort is dus relatief vast en hard, splintert niet gemakkelijk, blijft liefst stabiel van afmeting en vorm en wordt als het even kan bij wrijving glad of 'vettig'. En - ook heel praktisch - het moet niet al te duur zijn.
Vaak wordt beukenhout gekozen, maar ook steenbeuken, eiken, plataan, kersen en hard maple kunnen goed dienst doen. Een principe uit vroeger tijden is om de ladeloper van harder hout te maken dan de lazijde. Ook wordt wel aangeraden om minstens twee verschillende soorten te gebruiken; gelijksoortig hout zou stroever zijn en sneller slijten. Misschien waar, al vond TNO bij onderzoek geen grote verschillen.
Iets dat denk ik minstens even belangrijk is: maak een lade zó dat hij met weinig speling loopt. Speling geeft maar extra slijtage. Alleen een goed passende lade die die niet 'kleppert' kan gemakkelijk schuiven.
Zorg daarbij voor een passende bodem, want die geeft het verband aan de ladeconstructie. Dit vraagt meubelmakersprecisie, maar de moeite loont. Of zoals ze in België weleens zeggen: wie een perfecte lade kan maken is een vaardig mens.