Spaanders 1Spaanders 2Spaanders 3Spaanders 4Spaanders 5Spaanders 6Spaanders 7Spaanders 8

De fluit volgens Hans Nieuwland

een reportage volgens Janneke

Hans Nieuwland maakt houten fluiten en wel replica's van Renaissance- en Barokvoorbeelden. Hans maakt in opdracht voor beroepsmusici uit heel Europa fluiten die klinken hoe ze oorspronkelijk geklonken hebben. "Ik ben klankrestaurator" zegt Hans over zijn eigen werk: niet het maken van de fluit zelf maar het kunnen verwezelijken van een goede klankkopie is zijn drijfveer tot het maken van het instrument. Na een conservatorium opleiding fluit besloot Hans dat hij behalve fluit spelen, het instrument ook zelf wilde leren maken. In eerste instantie als leerling bij een fluitenmaker, en door eigen oefening en studie leerde hij het vak.

Geschiedenis

De eerste blokfluit die terug te vinden is in de Nederlandse geschiedenis wordt vermeld in de 13e eeuw in Dordrecht. De fluit werd in deze periode vaak gebruikt in de kerk ter begeleiding van de liturgie en zang. Tijdens de 15e en 16e eeuw worden het maken van houten fluiten en het bespelen ervan gerespecteerde beroepen. Componisten als Telemann, Vivaldi, Coreli en Händel schreven composities voor fluit en later ook in combinatie met andere muziekinstrumenten.
Halverwege de 18e eeuw wordt de blokfluit verdrongen door de houten dwarsfluit. Tijdens de renaissance is muziek monotoon en regelmatig van toonzetting. Dit komt tot uitdrukking in religieuze muziek uit deze periode, welke vaak op fluit werd gespeeld. Deze muziek is te omschrijven als een objectief en introvert beleven van religie. Tijdens de Barok wordt ook religieuze muziek steeds meer een vertaling van menselijke emotie.
Muziekinstrumenten die tijdens de Barok ontstaan zoals de houten dwarsfluit worden technisch meer beïnvloedbaar bespeelbaar. Tonen konden worden aangehouden, hard of zacht worden gespeeld, aanzwellen, wegvloeien en zo nog meer wat de klank emotioneel deed kleuren. Nu wordt de dwarsfluit van edelmetaal gemaakt (goud of zilver) waardoor ze meer geluidsvolume heeft om in orkestverband te kunnen spelen. De toonhoogte van veel muziekinstrumenten is de afgelopen 200 jaar een halve tot een hele toon gestegen. Lage tonen klinken ontspannener, hoge tonen klinken gevoelsmatig meer gespannen en daardoor harder.
Hans Nieuwland bespeurt een groeiende belangstelling voor muziek in haar oorspronkelijke vorm. Muziek wordt niet enkel meer bestudeerd op hoe het gespeeld moet worden, maar ook naar hoe het ooit geschreven en uitgevoerd is. Hans zoekt in archieven van muziekinstrumentenmusea naar tekeningen van oorspronkelijke fluiten en wisselt hierover van gedachten met een kleine schare collega's.

Vormgeving en klank

dwarsdoorsnede van het mondstuk van een fluit, het labiumDe maat (mensuur in fluitenmakerstaal) en vormgeving van de houten fluit zijn gebonden aan klassieke regels die zijn overgeleverd van fluitenmaker op leerling-fluitenmaker. De lengte van de fluit in verhouding tot de diameters van de ruiming en de grootte van de vingergaten bepalen de klank. De klank wordt gevormd in het bovendeel van de fluit waar de lucht ingeblazen wordt. De grootte en vorm van de blaasopening en het labium laten de klank ontstaan. In het verlengstuk van de fluit kan de klank worden beïnvloed door afwisselend vingergaten openen dicht te houden.

een houten fluit uit de Renaissanceeen houten fluit in de BarokEen Renaissancefluit (links hiernaast op een tekening uit de bibliotheek van Hans) is strak van vorm en bestaat uit één stuk.
De Barokfluit (rechts) is sterk geornamenteerd van vorm en bestaat uit twee of drie delen. Dit laatste werd noodzakelijk omdat de fluit met andere instrumenten samen ging spelen waardoor ze bijstembaar moest zijn. Door onderlinge fluitdelen iets in- of uit te schuiven verandert de toonhoogte.

Een fluit moet een bepaalde toonhoogte hebben. De tonen die door het openen en sluiten van de vingergaten ontstaan moeten direkt reageren op de ingeblazen lucht. De tonen moeten ten opzichte van elkaar een goede verhouding hebben. Deze drie aspecten hebben te maken met klank, aanspraak en onderlinge stemming.
Na een fluit te hebben gemaakt, houdt Hans hem nog een aantal weken bij zich. Dan speelt hij er dagelijks zo 'n tien minuten op om zich te kunnen overtuigen van de juiste verhouding tussen deze drie.

Vervaardiging

Het gereedschap om de fluiten te kunnen maken moet Hans zelf maken of laten maken. Hans maakt onder andere ruimers op een metaaldraaibank. Een ruimer is een soort beitel met een dwars hol gebogen blad om fluiten in lengterichting mee uit te kunnen hollen. Het uiterlijke profiel van de fluiten wordt gedraaid op een mechanische houtdraaibank, waarbij handmatig met beitels wordt ingestoken, met behulp van een sjabloon.
Ondertussen wordt er voortdurend met een schuifmaat bijgehouden of de juiste dikte en vorm al is bereikt. De gedraaide houten fluitvorm wordt in lengterichting voorgeboord, de fluit wordt verder met een ruimer uitgehold. Het ingelegde blokje hout aan de onderkant van het mondstuk wordt handmatig vervaardigd uit cederhout, dat veel vocht kan opnemen. De fluiten die Hans maakt, zijn van:

Oorspronkelijk werd ebbenhout in fluiten verwerkt in combinatie met ivoor (olifantentand) dat vanwege de gewetensbezwaarde oorsprong steeds moeilijker leverbaar is, waardoor deze fluiten schaars zijn. Wel kom je soms zeer goedkope interpretaties van wit en zwart plastic tegen. Soms wordt een bijna klare fluit gekookt in lijnolie met gomterpentijn volgens bepaald recept en kookschema. Deze kookbehandeling is om de fluit te beschermen tegen inwerking van speeksel en ander vocht.
Hout moet om verwerkt te kunnen worden absoluut droog zijn en daarvoor zo 'n tien á twintig jaar gelegen hebben. Om het hout te kunnen bewaren wordt het in korte stukken gezaagd en in een cilindervorm gedraaid die jaarlijks 1 á 2 mm worden bijgedraaid om de vorm symmetrisch te houden en zo het hout tot stilstand te brengen.
De vraag of een goede fluit alleen handmatig gemaakt kan worden, beantwoordt Hans volmondig met "ja, maar het is goed dat er ook goedkopere, fabrieksmatig fluiten worden gemaakt van een redelijke kwaliteit". Ambachtelijke fluitenmakers leveren kwalitatief hoogwaardige fluiten en kunnen zich hierdoor op beroepsmusici richten.



Opera Antitulata Fontegara

Fluitspel (met zang?) in de 17e eeuw.
Klik voor een vergroting.



Hoor hoe de fluiten van Hans klinken.
Luister naar de cd An ltalian Ground
met fluitist Maurice Steger (cd-50-9407).
Hans wordt vermeld in het cd-boekje.