In een lagune vol geheimzinnige slierten mist werd op het grootste moeraseiland een stad gebouwd. Ontelbare steegjes en kanalen krioelen door elkaar, ontwijken elkaar en lopen dood op pleintjes zonder bomen en - op zijn tijd - een instortende brug.
Venetië is het toonbeeld van de eindeloze vergankelijkheid, een melancholisch verlangen naar een wereld waar alles anders is. Niet voor niets heet het grootste en weelderigste theater van stad Teatro La Fenice naar de mythische vogel Phoenix die ieder half millenium uit zijn as herrijst: het is al drie keer afgebrand. Maar toen in 1902 de Campanile, de grote toren op het Piazza San Marco, omviel, had hij daar duizend jaar gestaan.
Of er al een Romeinse nederzetting was, is niet bekend, maar de vluchtelingen van de volksverhuizingen in de zesde en zevende eeuw is het voor de wind gegaan. In 828 werd het lichaam van Marcus de evangelist gestolen uit Alexandrië door twee Venetiaanse kooplieden (zijn rustplaats de Basilica di San Marco is een van de fijnzinnigste voorbeelden van wat er menselijkerwijs mogelijk is in Byzantijnse gotiek)
en gedurende meer dan vijf eeuwen sidderde Istanbul, kroop Rome, en bleef Genua kansloos.
De opeenstapeling van rijkdom werd zo uitbundig, dat in 1633 bij wet werd vastgelegd dat gondels maar zwart moesten zijn. Lodewijk XIV had in Versailles een Klein Venetië gebouwd, compleet met vijftien gondeliers die hem cadeau waren gedaan door de trotse republiekstad.
Maar de tijden veranderden. Handel en oorlog verplaatsten zich langzaam maar zeker van zee naar het land, en Venetië werd een speelbal in handen van Napoleon. De Oostenrijkers bouwden een spoorbrug, in 1846, en twintig jaar daarna werd het ingelijfd bij het jonge koninkrijk Italië. In mijn toeristengids staat de brandende vraag Moet men de stad, die als een van de weinige intact is gebleven, laten sterven of ingrijpend veranderen? Het is het duurste museum ter wereld, en er wonen bijna 80.000 mensen.
Er zijn twee manieren om je door Venetië te verplaatsen: per boot of te voet. Een paar keer per jaar (en steeds vaker) is er nog een derde manier: bij een acqua alta, wanneer het water decimeters hoog in de straten staat, het zout zich nog wat dieper in eeuwenoud beeldhouwwerk vreet en de huizen nog wat sneller verzakken, moet je waden.
Dit alles heeft twee derdejaars botenbouw van ons schooltje niet weerhouden om er op een gondelwerf hun eerste stage te gaan lopen. Dit en volgend jaar zal er in lokaal 5 door vier mensen een gondel worden gebouwd, en aangezien dat nog nooit is gebeurd ten Noorden van de Alpen, moet er iemand gaan kijken hoe dat gaat.
Vorige zomer is Tirza Mol begonnen met de voorbereidingen. Brieven, bouwtekeningen en zelfs een grote houten afschrijfmal werden opgestuurd, en samen met Leentje Visser volgde ze een cursus Italiaans. Ze zijn vertrokken op 15 november, en ik heb de onuitsprekelijke eer om hier hun verslag in te luiden. Een nationale primeur, maar ook niet meer dan dat.
Wanneer ik een woord zoek om het woord 'muziek' te vervangen,
valt mij niets anders in dan 'Venetië'.
(Friedrich Nietzsche)