Wat is dat nou eigenlijk, dat ambachtelijke meubelmaken? Het leerplan en de uitvoeringsvoorwaarden van het HMC geven geen antwoord op die vraag, hoewel "Ambachtelijke procesvoering" een hoofdingrediënt is van het onderwijs op onze school. De diverse leerlingen die hier hun opleiding volgen, stellen mij deze vraag veelvuldig. Ik zal daarom, uitgaande van eigen proberen op papier te zetten wat een Ambachtelijk meubelmaker in zijn (of haar!) mars dient te hebben. Hij moet:
Er bestaat in Nederland geen plaats waar men een volledige opleiding kan volgen, onze school komt er nog het dichtste bij. Een Ambachtelijke opleiding zou minstens zeven jaar moeten duren.
Toch sta ik soms versteld hoe snel een begaafd aankomend vakman het Ambacht in de vingers kan krijgen.
Het sleutelwoord voor de Ambachtsman is natuurlijk de liefde voor zijn vak. Hij begrijpt en doorvoelt zijn gereedschap en zijn materiaal. Hij heeft zijn favoriete beitels en schaven, en weet wanneer het hout tegen wil werken. Hout leeft, hout luistert, hout heeft een eigen wil. Bij het restaureren van een antiek meubel zal een geoefend oog herkennen welk soort Ambachtsman aan het meubel gewerkt heeft, door een opgepoetst onderkantje, zorgvuldig uitgezochte lazijden (hartkant binnen!), een met zorg (en zonder spijkers of schroeven) geplaatste stoelklos.
Een ambachtsman is een artiest in de goede zin des woords, een vakman en een tovenaar met hout. Alles lukt hem omdat zijn gereedschap één is met zijn geest en zijn handen. Hij voelt dat het hout meewerkt omdat het hout voelt dat het met liefde, begrip en eerbied wordt bewerkt. Uit elk goed werkstuk spreekt die geest, die bezieling. Je moet er wel vatbaar voor zijn, je moet het kunnen voelen.
Daarom beoordeel ik een meubel altijd eerst met mijn handen. Ik sluit mijn ogen en laat mijn handen over het oppervlak dwalen. Het gevoel is niet in woorden uit te drukken, maar een met liefde gemaakt meubel leeft onder je handen, het vibreert, het barst van energie, het dringt zich op aan je geest.
Ik proef soms de armoe waaruit een meubel ontstaan kan zijn, het ploeteren van een arme witwerker die zijn schepping iets eigens wilde meegeven. Ik proef de wanhoop van een eertijds prachtig antiek meubel dat volkomen verwaarloosd bij mij op de werkplaats komt. En ik voel de dankbaarheid van datzelfde meubel wanneer het met een voldane glans na de restauratie teruggaat naar zijn eigenaar.
Heel vaak ga ik van dat meubel houden en doet het afscheid verdriet en pijn.
Ambachtelijk werken heeft niets te maken met uitsluitend handmatig bezig zijn. In vroeger tijden waren er simpelweg geen machines (en ook toen werd er eindeloos geknoeid bij het maken van een meubel). Het heeft te maken met kennis van (oude) konstrukties, van het materiaal, enz. Ik vind alle machinale bewerkingen aanvaardbaar, mits het Ambachtelijke geen geweld wordt aangedaan. Dus niet machinaal disselen, machinaal zwaluwstaarten, machinaal ornamenten en intarsia vervaardigen. Wel toelaatbaar vind ik machinaal zagen, schaven, boren, draaien, pennen slaan, lamello-en, schuren (míts met de hand nageschuurd), lakspuiten (open nerf). Men moet de nieuwe technieken toepassen met inachtneming van de oude kwaliteitsnormen.
Het afwerken van een oppervlak met het spuitpistool is een aanvaardbaar altematief voor het niet zo fraaie of minder sterke "in de slappe was wrijven", "in de harde was boenen", vernissen met de kwast of politoeren. (Politoer geeft natuurlijk een zeldzaam mooi uiterlijk, maar is als vrij zwakke afwerklaag blijvend met grote zorgvuldigheid behandeld worden.)
Ook moderne materialen kunnen zeer wel Ambachtelijk worden gebruikt, bijvoorbeeld laminaten, bepaalde kunststoffen, Alpi-fineren. Mits konstruktief juist en esthetisch verantwoord toegepast.
Een Ambachtelijk vervaardigd meubel straalt een zekere ethiek uit, het voldoet aan alle normen, regels, voorwaarden of hoe men dat ook noemen wil. Deze ethische normen vallen binnen het Ambachtelijke werken. Wie ze goed wil leren kennen, zal veel oude meubels moeten bestuderen.
In een Ethische Code voor de Ambachtelijk meubelmaker kan staan:
Ambachtelijke normen zullen per tijdperk veranderen, evolueren, nieuwe technieken worden geïntegreerd in de traditie. Toch zal een Ambachtsman bepaalde grenzen niet kunnen overschrijden.
De losse veer werd met de komst van de boormachine verdrongen door de deuvel, en die weer door de lamello. Deze laatste, hoewel machinaal aangebracht, geeft toch een verbinding die in Ambachtelijke zin verantwoord is, konstruktief juist en niet minder sterk dan de traditionele verbinding.
De Russische componist Igor Strawinsky schreef in 1911 Petrouchka,
een jazzy blues-ballet over drie houten poppen die levend worden.
Een variatie op het sprookje van Geppetto en Pinocchio.