Oude handen
- Ik zie op mijn oude handen...
- hun taak is bijna gedaan...
- Brachten ze eer of schande ?
- Brachten ze zegen aan ?
- O mijn handen, mijn handen !
- Nu moeten ze spoedig vergaan.
-
- Zij hebben rimpels en vouwen,
- vlekken bruin, die geen water wischt.
- Ach! Al te groot vertrouwen!
- Wat hebben zij zich vergist—
- Mijn handen! mijn handen! hoe dikwijls
- hun schoonst bedoelen gemist.
-
- Nu gaan ze welken en kwijnen,
- ze laten zich niet meer gebin,
- uiteen valt de kunstige, fijne
- gehoorzame machien—
- O mijn handen, gauw zal ik
- uw schrift niet langer zien.
-
- Dan worden ze mager en beeven,
- in verlangen naar eeuwige rust,
- dan is het laatste woord geschreven
- he laatste kaarsje gebluscht.
- En mijne handen, mijne handen voor 't laatst nog
- door lieve lippen gekust.
-
- Nog eens doet mijn wil hen buigen
- in gehoorzaamheid naar elkaar.
- Zij zullen blijven getuigen.
- van mijn gang tot der zaligen schaa.
- O mijn handen, mijn handen! verstijfd dan
- in duurend aanbiddings-gebaar.
Uit: Gedichten, een bloemlezing, 1959.
- --oOo-- -