Het zee-geruisch
- Het zee-geruisch zal ik nog dan gedenken
- als diep in zand, mijn hoorloos oor vergaat,
- als lichten mild mijn oogen niet meer drenken,
- als zonder woon mijn ijle wezen staat.
-
- Naar 't zee-geruisch zal ik nog dan verlangen
- als naar het liefst wat mij de wereld dee.
- Zij zingt den kroonzang aller wereld-zangen,
- de op zandig veld neerdonderende zee.
-
- Verheugt u toch, gij die dit rijmken lezen
- en nog in gloed der zonne wandlen meugt
- de stranden langs, wen mijn verstorven wezen
- reeds lang ontbeert wat 't zoozeer heeft verheugd.
-
- Zegent dan uwe zinne' en uwen dag !
- Ik die dit schreef, ging met een hart vol wonden,
- handen vol euvel, ooren vol geklag,
- en heb het leven toch zoo schoon gevonden.
Uit: Van de Passielooze Lelie.
- --oOo-- -