De dood en de tuinman
- ‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
- P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
- De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
- doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.
-
- Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
- de vrees voor de verdoemenis ontvlezen
- en zo hem van zijn zenuwen genezen.
- Maar tegenwoordig werk ik in het groot.
-
- Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
- mensen en kinderen zo ondervoed
- dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
-
- Zo mager zie je zelden een geraamte.
- Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
- “Ha”, denken ze, “daar heb je dikke Hein”.’
Uit: Au! De rozen bloeien; sonnetten van bedreigd geluk, 1983.
- --oOo-- -