De ondergang
- Ik heb vannacht zo akelig gedroomd:
- we waren aan het einde van de tijden.
- De ondergang viel niet meer te vermijden.
- Gelukkig was mijn fiets opnieuw verchroomd,
- want op iets roestigs over straat te rijden
- daarvoor ben ik te netjes en beschroomd.
- Mijn pantalon was rafelvrij gezoomd,
- mijn haar was keurig door mijn kam gescheiden.
- Zo goed als nieuw dus reed ik door de stad,
- het enige verkeer in alle straten.
- Ik voelde me miljarden jaren jong.
- Toen zag ik God staan bij een groot zwart gat,
- van alles en van iedereen verlaten.
- Probeer het nog eens riep ik maar hij sprong.
- --oOo-- -