De kersenpluk
- De ladder stijgt omhoog in het azuur
- en gaat meteen al in het groen verloren.
- Meikersen in je mond en aan je oren
- en in de emmer, pluk maar, pluk het uur
-
- en pluk de dag waarop je vantevoren
- de zon hebt zien verrijzen en rood vuur
- uitgieten op het groen van de natuur
- waartoe je nu ook zelf schijnt te behoren.
-
- Het eten is de volgende etappe.
- Durf ik wel dat kersrode kersenpaar
- onder dat zwarte springerige haar
- brutaalweg van het oortje af te happen?
- Geduld, geduld, het lieve leven roept.
- Mijn laatste oortje is nog niet versnoept.
Uit: Au! De rozen bloeien; sonnetten van bedreigd geluk, 1983.
- --oOo-- -