Het Hanengeschrei
- Ik heb haar gezoend in het Hanengeschrei
- bij de automaat aan de Choorstraat
- terwijl ze garnalencroquetjes at
- of wat daar gewoonlijk voor doorgaat.
-
- Er glommen lichtjes op haar lip
- van een eenzame oude lantaren
- In de verte knarste de Zeistertram
- en de avondwind woei door haar haren.
-
- Ik zei tegen haar: ‘Doe die lichtjes uit,
- anders sta ik niet meer voor mezelf in’.
- En toen ze weer aangingen zette de Dom
- het voorspel van kwart over elf in.
-
- Voor deze zoen mag de duivel mijn ziel,
- en mijn lichaam de schillenboer halen.
- Ik proefde de eeuwige zaligheid
- en een klein beetje ook de garnalen.
Opgenomen in:
De zoen in het hanengeschrei - Een letterkundige wandeling door Utrecht door Ton van Schaik, 1992,
isbn 9077030174.
Het Hanengeschrei is een steeg tussen de Vismarkt en de Choorstraat in het verlengde van de Steenweg in het centrum van Utrecht, zie de
kaart.
- --oOo-- -