De fazant
- Hij is er zonder dat hij ooit verschijnt.
- Toch moet hij hier naar binnen zijn gevlogen:
- er is geen doorgang door het veel te hoge
- gaas dat bij ons de ponywei omheint.
-
- Op duizend veren heeft hij duizend ogen
- maar hoe hij stapt, hoe fier en fraaigelijnd,
- hij ziet er geen begin aan en geen eind.
- Een vlucht als vlucht wordt niet meer overwogen.
-
- Maar als je een moment of wat niet kijkt
- heeft hij opeens de overkant bereikt
- en rent alweer op wieltjes door het land
- met weinig hersens maar voldoende klieren
- om drie of vier vriendinnen te versieren.
- Wat heeft een mens onnodig veel verstand.
Uit: Lachen in een leeuw - Verzamelde gedichten, 1993.
- --oOo-- -