Zwervenszat
- 't Meest in nachten als de maan haar stralen
- Koud en lusteloos door 't ruim laat dalen,
- Ben ik radeloos, denk: ik zal maar ergens
- Zwak en zwervens-
- Moe mij laten vallen in het zand,
- Plompverloren en mij wat bedekken
- En dan blijven liggen tot mij een komt wekken,
- Deernis koestrend op komt rapen
- En zo niet, dan blijf ik slapen.
- Maar ik weet dat ik toch voort zal trekken,
- Al is uit mijn alles niets geworden,
- Al ben ik allengs geworden
- Van een sluwe doelbewuste vos
- Tot een van die schapen die maar dwalen
- Met zwikkende hoeven, alleen nog los
- Omdat hen de wolf nog niet kwam halen,
- Terwijl toch de trouwe hond in 't bos
- Lang al is verdwenen en de
- Goede herder zwijgt in zeven talen.
- Waarom blijven leven zonder tros,
- Alleen, zwervende?
Uit: Al dwalend I: Maannachten.
- --oOo-- -