Saudade
- Ik heb zooveel herinneringen,
- Als blaadren ritslen aan de boomen,
- Als rieten ruischen bij de stroomen,
- Als vogels het azuur inzingen,
- Als lied, geruisch en ritselingen:
- Zooveel en vormloozer dan droomen.
- Nog meer: uit alle hemelkringen
- Als golven uit de zee aanstroomen
- En over breede stranden komen,
- Maar nooit een korrel zand verdringen.
- Ze fluistren alle door elkander
- Wild en verteederd, hard en innig;
- Ik word van weelde nog waanzinnig,
- Vergeet mijzelf en word een ander.
- De droeve worden altijd droever,
- Nu ik het onherroeplijk weet,
- Steeds weer te stranden aan den oever
- Der zee van ’t altijddurend leed.
- Ook de gelukkige worden droever,
- Want zij zijn voorgoed voorbij:
- Kussen, weelden, woorden van vroeger
- Zijn als een doode vrucht in mij.
- Ik heb alleen herinneringen,
- Mijn leven is al lang voorbij.
- Hoe kan een doode dan nog zingen?
- Geen enkel lied leeft meer in mij.
- Aan de kusten van de oceanen,
- In het oerdonker van de bosschen,
- Hoor ik ’t groot ruischen nog steeds ontstaan en
- Zich nooit meer tot een stem verlossen.
- --oOo-- -