Mager paardje
- Mager paardje, jaag maar:
- De steppe is eindeloos breed,
- De vliegen steken in je flanken,
- De steenen je zeere hoeven,
- Je mag nooit stilstaan en drinken
- En de zon is zoo hard en zoo heet.
-
- Smal scheepje, vaar maar:
- Eindeloos is de zee,
- Al trillen je moede masten,
- Al heb je te zware lasten,
- Toch mag je in geen haven rusten
- En aan 't eind van de reis moet je ankren,
-
- Ergens buiten op de ree.
- Arm hartje, klaag maar:
- De liefde is eindeloos wreed,
- Je krijgt haar niet en haat ze
-
- Of je krijgt haar wel en dan gaat ze
- Toch later weer weg en verlaat ze
- Het hartje dat haar beminde;
- Nooit komt er een eind aan het leed.
- --oOo-- -