Zeemans herfstlied
- 't Geweld van de wervelende vlagen
- Verwoest de weerloze bloemen
- en plundert de steunende hagen,
- De blanke meren vertroebelen.
- Had ik nu een nederige hoeve
- En kinderen spelende buiten,
- Om aan de beregende ruiten
- Gedachtloos gelukkig te toeven.
- Na 't zwerven en stuurse staren
- Over de eeuwige zee,
- Na 't eindeloos tumult van gevaren:
- De stilte van een vredige stee.
- Maar het is anders geworden,
- Mijn makkers zijn vroeg gestorven
- Of in ander alleen—zijn verzworven.
- Ik strandde in een dode stad,
- Bewandel een eenzaam pad,
- Vertrouwd met vergeten graven,
- Omspeeld door zieltogende blaren.
Uit: Een eerlijk zeemansgraf I.
- --oOo-- -