Rotterdam
e Rotterdam ben ik geboren
- onder den adem van de Maas
- en liep ik, met mijne eigen stilte,
- temidden van het straatgeraas.
- Van zwaarbespannen sleeperswagens
- ben ik er passagier geweest.
- Door heel de stad heb ik gezworven,
- maar aan de kaden toch het meest.
- Daar lag de stoet uit alle streken,
- de klipper en de keulenaar,
- het driemastschip, zijn tuig ten hemel,
- en de ertsboot, vol en breed en zwaar,
- de Lloyd-vloot, met provincie-namen,
- alle elf, als ik mij niet vergis,
- de Caland en de Lady Tyler,
- de Scholten, die gebleven is.
- Daar lagen zij, voor alle verten
- gereed, elk in zijne eigen pracht.
- 't Is me, of ik nog hun stem hoor loeien
- ten afscheid, in den winternacht.
-
- Maar dit ook is, wat uit die jaren
- het weerzien mij tebinnen brengt,
- dat alle geuren uit de wereld
- daar met elkaar waren gemengd.
- Naar koffie rook het bij de Draaisteeg,
- aan 't Oude Hoofd naar teer en touw,
- naar copra langs de Spoorweghaven,
- naar reuzel bij het Portgebouw,
- naar huiden op den Terwenakker
- en aan den Haringvliet naar kaas.
- Dan was de lucht van gist of olie
- en dan van jute weer de baas.
- Dan waren het de specerijen
- uit Bombay of Batavia.
- Naar schapen rook het in de Boompjes,
- naar uien op de Spaansche Ka.
- Aan 't Nieuwe Werk geurden citroenen
- en bij het Entrepôt tabak.
- Kortom, er valt geen reuk te ruiken,
- die aan het havenbeeld ontbrak.
-
- Maar later, toen ik op mijn tochten
- in aller Heeren landen kwam,
- kon het mij dikwijls overvallen:
- het ruikt hier als in Rotterdam!
- En daarmee kwam den in zijn volheid
- dat eene beeld mij voor den geest,
- waartegen zich ons leven teekent:
- de stad, waar men kind is geweest.
- Het is, of vanuit deze haven
- iets over heel de wereld drijft
- waardoor, waar u het lot mag voeren,
- ge toch binnen haar omtrek blijft.
- Het is of, met haar lucht en water
- en wind, zij ons heeft opgevoed
- in ruimte en vergezicht, de kusten
- van onze toekomst tegemoet.
- Vaart ge naar Sidney of naar Kaapstad,
- naar Kobe of naar Baltimore,
- vaart ge onder alle hemelsbreedten,
- vaart ge alle wereldzeeën door,
- nooit voelt gij u geheel verlaten,
- als hier uw mensch-zijn aanvang nam,
- door wat van kindsbeen af u eigen
- en lief was. Dàt is Rotterdam.
Uitgesproken tijdens de Jaarvergadering 1937 der Vereeniging van Letterkundigen in het
Zalmhuis aan het
Kralingse Veer.
- --oOo-- -