Zoals ik eenmaal beminde
Immortelle C
- Zoals ik eenmaal beminde,
- Zo minde er op aarde nooit een.
- Maar ’k vond, tot wie ik mij wendde,
- Slechts harten van ijs en steen.
- Toen stierf mijn geloof van vriendschap,
- Mijn hoop en mijn liefde verdween.
- En, zoals mijn hart toen haatte,
- Zo haatte er op aarde nooit een.
- En sombere, bittere liedren
- Zijn aan mijn lippen ontglêen.
- Zo somber en bitter als ik zong,
- Zo zong er op aarde nooit een.
- Verveeld heeft mij eindelijk dat haten,
- Dat eeuwig gezang en geween.
- Ik zweeg, en zoals ik nu zwijg,
- Zo zweeg er op aarde nooit een.
Uit: Immortellen, 1850-1852.
- --oOo-- -