De maan glijdt langs de ruiten
Immortelle I
- De maan glijdt langs de ruiten
- En blikt mij vragend aan.
- “Wat moet dat, bleeke zanger,—
- In uw ooghoek glinstert een traan?”
-
- Zoo gij de maan zelf niet waart
- ’k Zou zeggen: loop naar de maan.—
- Wat mij het oog doet glinsteren,
- Dat gaat er geen schepsel aan.
Uit: Immortellen, 1850-1852.
- --oOo-- -