Het geheim
- Wij zaten te keuvelen,
- Daar klonk van de heuvelen
- Een weemoedige triller—
- Het was Ludwig Hiller:
-
- De begaafde kunstenaar,
- De wreedgeschokte,
- Die aan zijn klarinet
- Die triller ontlokte.
-
- Nooit sprak er ergens
- Zo ver mij bekend,
- Dieper weemoed
- Uit een blaasinstrument.
-
- Het was waarlijk
- Om zich te verbazen,
- Zo naar stond die
- Man daar te blazen!
-
- Maar neen, verbazen
- Dat deden we ons niet;
- Want we kenden
- De reden van zijn verdriet.
-
- Eén onzer althans,
- Die er alles van wist,
- Van het vreeslijk geheim
- Van de clarinettist!
Uit: Nagelaten Snikken.
- --oOo-- -