Mozart
- Het vroege zonlicht trilt in de cypressen
- Drijft als een blonde schaduw over 't gras
- En stroomt, huiv'rend in 't hooge vensterglas,
- In 't blank boudoir der grijzende comtesse.
-
- Dezelfde dag moest steeds opnieuw gebeuren,
- —Hoor den gekooiden vogel boven haar—
- Weer buigt haar witgepoederd kapsel naar
- 't Borduurwerk van verguld en bonte kleuren.
-
- Op 't zelfde uur wordt iemand ingelaten
- Die zwijgend buigt en voor 't klavier zich zet,
- En uit het oude hart van 't zwak spinet
- Waait de verwelkte geur van een sonate.
-
- Zij volgt zijn handen langs de gele toetsen,
- —De thema's keeren telkens weer terug—
- En ziet door 't zijraam de oprijlaan, de brug,
- De wandelaars, de miniature koetsen.
Uit: Vormen, 1924.
- --oOo-- -