Het meisje
- Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,
- De klokken luiden dat de dag begint.
- De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,
- Ruischend omhoog de hooge boomen steken.
-
- Meisje dat de innigheid der dingen mint,
- Je hebt geen daad te doen, geen woord te spreken:
- Je stil-bewegend leven heeft de bleeke
- Wonderlijkheid der droomen van een kind.
-
- Wij gingen samen 's morgens door de stad,
- Het licht viel schuin naar binnen in de straten,
- Menschen liepen voorbij die samen praatten,
-
- De toren speelde—en 't was of alles had
- De teere kleur en klank van 't vreemd bewogen
- Zwijgende leven van je glanzende oogen.
Uit: De wandelaar, 1916.
- --oOo-- -