De verbrandende lampion
- Vannacht zag ik, door 't raam op het balkon,
- Waar 't maanlicht langs de natte planken glansde,
- Voorbij de balustrade, een lampion
- Van vreemd bleek licht, die in 't donker danste,
- Kantelen op de wind—
-
- En plotseling
- Herkende ik: zijn gelaat, dat met vermoeide
- Wijd-open oogen daar voor 't venster hing
- Terwijl de huid als dun doek openschroeide—
Uit: Vormen, 1924.
- --oOo-- -