Impasse
- Wij stonden in de keuken, zij en ik.
- Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
- Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
- wachtte ik het onbewaakte ogenblik.
-
- Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
- en de kans hebbend die ik hebben wou
- dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
- vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?
-
- Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
- haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
- naar de glycine door het tuimelraam.
-
- Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan
- druppelend water op de koffie giet
- en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.
Uit: Verzamelde gedichten, vierde druk, 1974.
- --oOo-- -