De moeder de vrouw
- Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
- Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
- die elkaar vroeger schenen te vermijden,
- worden weer buren. Een minuut of tien
-
- dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
- mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd—
- laat mij daar midden uit de oneindigheid
- een stem vernemen dat mijn oren klonken.
-
- Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
- kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
- Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,
-
- en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
- O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
- Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Uit: Nieuwe Gedichten, 1934.
De brug die Nijhoff ging zien, was de Waalbrug, op 18 november 1933 door koningin Wilhelmina geopend, met een overspanning van 980 meter destijds een knap staaltje ingenieurs(vak)werk. Dit gedicht vormde de aanleiding om de nieuwe brug van de rijksweg A2 over de Waal bij Zaltbommel bij de opening op 18 januari 1996 de Martinus Nijhoffbrug te dopen.
- --oOo-- -