De danser
- Onder mijn huid leeft een gevangen dier
- Dat wild beweegt en zich een uitweg bijt,
- En in dien donk'ren, kort-gedrongen strijd
- Bonst zijn vol bloed in 't beven van mijn spier.
- Totdat zijn pijn vaart wordt en door mij glijdt
- En dwingt naar 't vormen van gebaren wier
- Beheerschte haast en vastgehouden zwier
- Zijn sprong nog spannen eer hij zich bevrijdt.
- Men moet gepoederd zijn, dat in 't gelaat
- Allen her zwart der openschroeiende oogen
- De razernij die in ons dreigt verraadt.
- De mond moet, roodgeverfd en volgezogen,
- Verachten wat er in het hart omgaat:
- Een doodstrijd lachend tot een spel gelogen.
- --oOo-- -