Haar laatste brief
- Verwijt mij niet dat ik lichtzinnig was
- omdat ik liefgehad heb zonder trouw
- en zonder tranen heenging. Want een vrouw
- komt nooit, als zij bij voorbaat niet genas,
-
- de wond te boven ener tederheid
- die op toekomstig leven is gericht.
- Ik moest mij wel hernemen voor een plicht
- waartoe ik onbemerkt ben voorbereid.
-
- Zeg zacht mijn naam, en ik ben in 't vertrek:
- de bloemen staan weer in de vensterbank,
- de borden in het witte keukenrek.
-
- Want meer van mij bevindt zich in die klank
- dan in de jeugd waarom je van mij houdt,
- mijn bijna-jongensborst, mijn haar van goud.
Uit: Nieuwe Gedichten, 1934.
- --oOo-- -