Martinus Nijhoff
* Den Haag, 20 april 1894 - † Den Haag, 26 januari 1953
Nederlands dichter, grondlegger van het Modernisme.
De meest duidelijke bijdrage van Martinus Nijhoff aan ons erfgoed is zonder meer geweest zijn gave zich uit te drukken de taal van alledag zonder de diepere idee ook maar een moment uit het oog te verliezen. Het waren de verzen van Martinus Nijhoff waarop treinen en auto's de Nederlanse literatuur zijn binnengereden. Nijhoff is bovendien zeer belangrijk geweest als vertaler van drama en lyriek van met name William Shakespeare en T.S. Eliot. Sinds zijn dood wordt jaarlijks de Martinus Nijhoff-prijs toegekend voor vertalingen in en uit het Nederlands.
Uitgebreide biografieën zijn verschenen in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde 1958 waarvan hij in de periode 1939-1941 voorzitter was, en in 1985 in het Biografisch Woordenboek van Nederland 2.
Belangrijkste werken
- 1916 De wandelaar
- 1919 Pierrot aan de lantaarn
- 1924 Vormen
- 1927 De pen op papier
- 1930 C.F. Ramuz. De Geschiedenis van de Soldaat
- 1930 De vliegende Hollander
- 1930 Shakespeare Storm
Shakespeare's The Tempest vertaald
- 1931 Het veer
- 1931 Gedachten op Dinsdag
- 1934 Nieuwe gedichten
- 1934 Awater
- 1936 Groot Nederland
- 1936 Het uur U
- 1936 In Holland staat een huis
samen met Anton van Duinkerken
- 1941 De ster van Bethlehem
- 1942 Een idylle
- 1950 Het heilige hout: drie spelen
- De ster van Bethlehem
- de Dags des Heren
- Des Heilands Tuin
- 1951 De cocktailparty
- 1951 Euripides Ifigeneia in Taurië
- 1954 Verzameld werk I: Gedichten
- 1954 Verzameld werk II: Vertalingen
- 1959 Lees maar, er staat niet wat er staat
- 1982 Verzameld werk

- --oOo-- -