De Zee
- Wie schrijft, schrijv' in den geest van deze zee
- of schrijve niet; hier ligt het maansteenrif
- dat stand houdt als de vloed ons overvalt
- en de cultuur gelijk Atlantis zinkt;
- hier alleen scheert de wiekslag van het licht
- de kim van het drievoudig continent
- dat aan ons lied den blanken weerschijn schenkt
- van zacht ivoor en koolzwart ebbenhout,
- en in den dronk den geur der rozen mengt
- met de extasen van den wingerdrank,
- hier golft de nacht van 't dionysisch schip
- dat van de Zuilen naar den Hellespont
- en van Damascus naar den Etna zwiert.
- hier de fontein die naar het zenith sprong
- en regenbogen naar de kusten wierp
- van de moskee, de tempel en het kruis.
- hier heeft het hart de hoge stem gehoord
- waardoor Odysseus zich bekoren liet
- en 't woord dat Solon te Athene sprak;
- en in de branding dezer kusten brak
- de trots van Rome en van Babylon.
-
- zolang de europese wereld leeft
- en, bloedend, droomt den roekelozen droom
- waarin het kruishout als een wijnstok rankt,
- ruist hier de bron, zweeft boven déze zee
- het lichten van den creatieven geest.
- --oOo-- -