De vreemdeling
- Laat mij alleen.
- dit is de tweesprong onzer wegen.
- gij hebt mij tot den versten rand geleid.
-
- maar keer hier om, ween niet.
- gij kunt den laatsten tocht naast mij niet schrijden,
- noch ik met u, gij gaat hem eens alleen.
-
- gij zijt mij nochtans onverdeeld verpand:
- ik heb uw bloed den donkren kus gegeven
- van hen, die boven dood en leven
- ontstegen zijn. ik ben hun afgezant.
-
- ik beid uw komst.
-
- wij zullen eens den zwarten wijn
- van dood en donker uit één beker drinken,
- wij zullen stromend in elkaar verzinken
- en eeuwig zijn.
-
- vaarwel.
- ik keer niet weer.
- maar gij komt zelve, later.
- vaarwel, het water
- roept voor de derde keer.
Geschreven vóór 1927.
- --oOo-- -