Verzet
- Toen zei de man: ik ben moe;
- vijand laat van mij af;
- ik verweer mij niet meer;
- ik lig nog maar wat en wacht af
- of ik gehaald word vannacht.
- en de priester: ik breng u den Heer.
- maar hij met een laatsten slag
- sloeg het kruisbeeld weg van zijn mond
- en krijste: ga weg—
- neem mijn laatst bezit mij niet af:
- Mijn zonden gaan mee in Mijn graf.
- --oOo-- -