Zinkend schip
- De avond daalt;
- een zinkend schip.
- de kiel slaat op
- een blinde klip.
-
- —o, hartstocht
- van dit kil vergaan,
- in koele nacht,
- in koele maan.
-
- “en gij, die eens
- dit leven prees
- met sterke stem
- en harde keel,
-
- is dan het glanzen
- van uw woord
- bestorven en
- voorgoed teloor?”
-
- —ik heb geleerd
- dat in den dood
- de ziel zal stijgen
- levensgroot
-
- of dalen
- in het schimmenrijk
- en falen
- onherroepelijk
-
- en dat al wat
- der wereld is
- een waan is,
- een bekommernis.
-
- na deze woorden
- wordt het stil
- alsof de nacht
- omvamen wil
-
- een zinkend schip,
- een koele maan-
- twee stemmen, stijgend uit de klip:
- —o, red ons, wij vergaan!
- --oOo-- -