De overtocht
- De eenzame zwarte boot
- vaart in het holst van den nacht
- door een duisternis, woest en groot
- den dood, den dood tegemoet.
-
- ik lig diep in het kreunende ruim,
- koud en beangst en alleen
- en ik ween om het heldere land,
- dat achter den einder verdween
- en ik ween om het duistere land,
- dat flauw aan den einder verscheen.
-
- die door liefde getroffen is
- en door het bloed overmand
- die ervoer nog het donkerste niet,
- diens leven verging niet voorgoed;
- want de uiterste nederlaag
- lijdt het hart in den strijd met den dood.
-
- o! de tocht naar het eeuwige land
- door een duisternis somberen groot
- in de nooit aflatende angst
- dat de dood het einde niet is.
- --oOo-- -