Holland
- De hemel grootsch en grauw,
- daaronder het geweldig laagland met de plassen;
- bomen en molens, kerktorens en kassen,
- verkaveld door de slooten, zilvergrauw.
-
- dit is mijn land, mijn volk;
- dit is de ruimte, waarin ik wil klinken.
- laat mij één avond in de plassen blinken,
- daarna mag ik verdampen als een wolk.—
1931.
- --oOo-- -