Heerser
- Hij schreed
- en ruimte was hem soepel kleed
- aan 't koele lijf.
-
- de gladde luchten spatten uit elkander
- en rode sterren walmden àl hun wonder
- in wankelenden nacht.
-
- hij schreed
- en ruimte brak aan zijn metalen tred
- en lucht verkromp voor zijn doorzengden zucht.
-
- leven was enkle vlokken violette geur.
-
- hij at
- en aarde trok haar gillende spiralen
- door schrompelenden nacht:
- hij had geproefd.
-
- hij stond,
- atoom en kosmos beide,
- en heersend was in ertsen greep
- over den werveldans der elementen
- d'ivoren glimlach van den stillen knaap.
- --oOo-- -