Bergland
- Dwalend over de hoogten
- gaat het lichaam zijn zwaarte vergeten;
- vaag herinnert het zich, dat in de spleten
- halverwege den top kleine roofvogels huizen
- en hoe de nesten zich vastklampen tegen de steilten;
- in het dal moeten huizen staan
- en vreedzame dieren gaan
- grazend over de weiden.
-
- ‘hoe lang zal de heugenis aan het dal nog kunnen duren?’
- vraagt het zich af; want reeds nu zijn de uren
- doorgebracht op de hoogten
- tot tijden geworden die niet meer kunnen verstrijken,
- en ondenkbaar de reis
- die het lichaam eenmaal terugvoert
- naar het ondenkbare laagland,
- terwijl de ziel blijft vertoeven
- in die poolzee van licht en ijs.
- --oOo-- -