Baai bij avond
- De schemering valt.
- een grote, rode maan
- stijgt langzaam uit de golven
- aan den oosterrand
- der nauwlijks ademende avondzee.
- de dromen komen met de golven mee
- en mijmerend gewordt mij, ongezocht,
- waarvoor ik jaren in vertwijfeling vocht,
- denkende dat het geluk omstréden moest zijn
- en dat het leven zonder smeken niet schenkt.
- o, heerlijk is nu het talmen
- geworden aan deze rede!
- bij het dwalen onder de nacht'lijke palmen
- ben ik van vrede doordrenkt.
- --oOo-- -