gedicht
I
- van vaste duisternissen ik laat mij een lied zingen
- van hoe de mensen webben spinnen en sterven
- van savonds versierde hyenaas en cocons in de ochtend
- van zwaar slapen aanblazen en van de vraatzucht
II
- hoe in de heldere natuur eender werken de dingen en wezens
- bruisend zich rekken de takken en huilende vallen de stenen
- een denkende mier of een denkende ster en een slang
- zacht vertrekt uit zijn zwangere staart als de beken
- uit hun drabbig foedraal zoals de leliën ook en
- van verdriet of van vrede blauw zijn de bloemende bergen
III
- altijd en overal anders zijn de mensen want anders
- dragen zij de aarde: vaak door de slaafse spreekbuis
- hinkend zij dragen de aarde of vallend van de statietrap
- zij torsen de aarde maar nooit en te nimmer zij nemen
- de aarde aan als een wind in 't gezicht in het web
IV
- door donkerte nader zij komen met allen en alles
- en daar gelijk is het oor aan de mond het hoofd aan het hart
- aan alles aan allen gelijk het licht zij vloeien het toe
V
- maar daaraan terstond zij maken bodemloze fotoos van de almacht
- als was de nacht hun moeder niet de avond niet hun vader
- zij steken de zon in de mond verorberen de wolken
- zij beduimlen de bliksem met hun smeulende tongen
- en bootsen de maan na met hun pluimstrijkende ogen
- of gaan wonen in hoge wisselstromen onttronend de diepte
VI
- spook en talisman zij trouwen en bouwen hun huizen daarom
- maar buiten zij breken graag de glazen derwisch van het water
- en gehaast zij plukken de magnetische springveren
- die van het vuur en de maandragende paarden der zee
- blazen zij op en het steen het steen zij besmetten het met
- rokende rivieren of sluizen en aldus ook hun mummies
- zij sluimren of mijmren niet maar zij stomen zij bonzen
VII
- oh de moede man die de sleutels der dubbelzinnigheid smolt
- of wegwierp dat hij staat voor de zo vaak vertoonde kasten en laden
- die zo gehoond gelijk zij geloofd zijn dat hij er staat en vraagt
- naar een deur om daar door te gaan
VIII
- zie dan voor zijn vetgemeste spiegel wil hij vliegen en zweven
- hoor dan door zijn mulle microfonen wil hij van vrede lachen en zingen
- deze die eens de sleutels der dubbelzinnigheid smeedde
- hem opent geen vrede
- --oOo-- -