mijn duiveglans
- mijn duiveglans mijn glansende adder van glas
- mijn viervoetige narennen mijn kneedbaar
- smeltpunt op de pupillen ruworige
- heester onder mijn handpalm deze
- deze stem is van stamelen een lichaam
- een vochtig voortvluchtig lichaam
-
- zeg - hoor je niet dat ik dood ben
- ik turner van de warwinkel
- een zaal een tombe een toren ben je
- en met kettingen doorspekt
- denkt de rechtvaardige zingende de slechte zingende denkt hij
-
- dat hij het tientallen vloeistoffijne meisjeslijf
- in een gipsen snaar gevangen heeft
- ja dat denkt hij
- hij denkt dat
Uit: De Amsterdamse school, 1952.
- --oOo-- -