Onder het vee
- En toen de zomer dan toch weer was teruggekeerd
- en wij dus weer zaten te drinken bij de rivier.
- Zijn oude armen bewogen nog, naar daar, die wereld
- dat langzame, eeuwige leven van vee in de verte.
- Ieder mens zou een dier moeten zijn, moeten sterven
- in de herfst, en in de lente weer worden geboren.
- Of, ieder mens zou een rivier moeten zijn, komen
- zonder verlangen te blijven, gaan zonder heimwee.
- Zo zaten we dus weer te drinken daar, tegen de tijd,
- oude verhalen, oude jenever, maar de zon ging wel onder.
- En hij sliep in. Omdat de wereld insliep. Zwart
- zat hij bij de rivier, zwart gat in het uitzicht.
- --oOo-- -