Tijd
- Tijd—het is vreemd, het is vreemd mooi ook
- nooit te zullen weten wat het is
- en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
- dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven
- zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
- naar iets in zichzelf, iets ziet daar
- wat het meekreeg
- zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
- van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
- een verte voorbij onze ogen
- het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
- dat ooit niemand meer zal weten
- dat we hebben geleefd
- te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
- maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
- de echo's van de onbekende diepten in ons hoofd
- niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
- buiten onze gedachten is geen tijd
- we stonden deze zomer op de rand van een dal
- om ons heen alleen wind
- --oOo-- -