De roeier
- Vandaag trok de mist over de wei
- alsof de aarde zich opende en
- het grondwater buiten zijn oevers trad
-
- paarden en koeien raakten vlot en
- als in een moeras uit de oertijd
- dreven tenslotte allen nog koppen
- en ruggen voorbij
-
- van het geboomte aan de overkant
- maakte zich iets los waarvan ik dacht
- dat een roeier was die overstak voor mij
Uit: 13-de bloemlezing van Esso, 1967.
- --oOo-- -