Een psalm
- De grazige weiden de rustige wateren
- op het behang van mijn kamer
- ik heb geloofd als een bang kind
- in behang
-
- als mijn moeder voor mij gebeden
- had en mij weer een dag langer
- vergeven was bleef ik achter
- tussen roerloze paarden en koeien
- te vondeling gelegd in een wereld
- van gras
-
- nu ik opnieuw door gods landerijen
- moet gaan vind ik geen schrede
- waarop ik terug kan keren, alleen
- een kleine hand in de mijne
- die zich verkrampt als de geweldige lijven
- van het vee kreunen en snuiven
- van vrede.
Uit: Onder het vee, 1966.
- --oOo-- -