Al die mooie beloften
I
- De grazige weiden, vader, de wateren
- der rust, ik heb ze gezocht en inderdaad
- gevonden, ze waren nog mooier dan jij
- me had beloofd, prachtig, prachtig.
-
- En in dit liefelijk landschap uw zoon,
- door de boeren hier aan een boom
- genageld, maar geen spoor van geweld
- of verzet, alleen maar vrede, vader.
-
- Zijn dode ogen bekijken verdrietig de
- resten van rozen aan zijn voeten,
- om zijn mond spelen eeuwige vragen,
-
- waarom toch, wie ben je, waar was je,
- e.d. Maar boos, nee, boos lijkt hij niet
- geweest, niemand is schuldig, niemand.
Uit: De Revisor 5e jaargang nr. 6, december 1978.
- --oOo-- -