De Taalsmid
- De klinker en de medeklinker zijn
- De weke onderbuik en het korset
- Dichter is hij die, schijnbaar zonder pijn,
- Het vormeloze in de steigers zet.
-
- Zijn woorden, corpulent of slank van lijn,
- Verenigen zich vloeiend tot couplet.
- De moeiteloosheid, niet het rookgordijn,
- Is zijn geheim. Met taal gaat hij naar bed.
-
- De taal, van A tot Z, is zijn fles wijn.
- Halfdronken wordt er, zomaar voor de pret,
- Een kind verwekt, een epos of kwatrijn,
-
- Of iets daartussenin, zeg een sonnet,
- Terwijl de lezer onbekend blijft met
- Zijn worsteling met spekvet en balein.
Uit: Nieuwe gedichten, 1999.
- --oOo-- -