De zittende politicus
- Hij heeft nog nooit gedanst. Hij kent zijn doel.
- Nog nooit is op zijn vale klerkensmoel
- Zomaar een lach verschenen, maar die nacht,
- Nadat de gek de nar had omgebracht,
- Kroop hij zijn bed uit, glimmend van de pret,
- En maakte hij onbespied een pirouette.
- Dank, dank, riep hij, het monster is geveld.
- Hij oefende het woord ‘geschokt’ voor morgen
- En sliep als twintig ossen kunnen slapen.
- Straks is hij, voor de camera, vol zorgen.
- Natuurlijk is hij zwaar tegen geweld.
- Daar klinkt verdomd weer zijn belegen lied.
- Hij loopt op straat, ondragelijk rechtschapen,
- En ziet nog steeds het echte monster niet.
10 mei 2002, na de moord op Pim Fortuyn.
- --oOo-- -