Maskers
- De man die vrolijk met zijn masker speelde
- Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
- Muurvast één leven met zijn masker deelde:
- Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.
-
- Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
- Zou ik bewijzen dat het anders kon:
- Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
- Weer van je hoofd kon, als een capuchon.
-
- En lang heb ik daar heilig in geloofd.
- Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
- Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
- Zuiver zou blijken als de eerste morgen.
-
- Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
- 't Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
- Het is alsof je aan de hel moet wennen.
- Het is alsof je kijkt in een leeg graf.
Uit: Alle gedichten tot gisteren, De Arbeiderspers, 1999.
- --oOo-- -