Je kat
- Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar
- Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek
- Zoals je daar op je knieƫn zat, en merkbaar
- Aangedaan zei ze: 'Jongen, wat zie je bleek.'
-
- Ze merkte niet meer hoe je naar haar terugkeek.
- Ze kneep haar ogen toe en legde haar kop
- Plat over haar voorpoten heen. Even streek
- Je haar huid nog glad en hield toen verslagen op.
-
- Tuberculeuze muziek dreef door het huis en
- Je voelde je kleiner worden—onverwacht
- Werden haar poten zo groot als leidingbuizen
- En lag je verschrompeld tegen haar vacht.
Uit: Alle gedichten tot gisteren, De Arbeiderspers, 1999.
- --oOo-- -