Fiat lux
- We liepen op de Transformator Weg.
- De zon kwam op, ze bleef nog even hangen:
- Een sinaasappel door de groene heg.
- We stapten zwijgend voort. Je bleke wangen
- Weerkaatsten argeloos de vroege gloed.
- Een jonge god, heet zoiets sedert Tachtig.
- We liepen stil de morgen tegemoet.
- Ik hoorde je niet ademen. Stormachtig
- Kwam toen de zon omhoog. Je werd zo licht.
- De vonken sprongen uit je zwarte haren.
- De zon sloeg stralen van je aangezicht.
- Zie, hoe het vlamde. 't Kwam niet tot bedaren.
Uit: Alle gedichten tot gisteren, De Arbeiderspers, 1999.
- --oOo-- -