De Dichter
- Toen het letterkundig tijdschrift
- Hem een briefje toe deed komen,
- Waarin stond: ‘Mijnheer, uw verzen
- Waren lang niet slecht, we zullen
- Er eerdaags een paar van plaatsen,’
- Zwol zijn borst tot slagschiphoogte.
- Heel zijn leven werd nu anders.
- Hij ging doen alsof hij grote
- Mensen hoogstpersoonlijk kende.
- Hij zei stad wanneer jij blad zei.
- Hij zei held wanneer jij speld zei.
- Hij zei ach wanneer jij dag zei.
- En daarvan wilde hij leven!
© Gerrit Komrij 1972
- --oOo-- -