Zooals daar ginds
Sonnet II
- Zooals daar ginds, aan stille blauwe lucht,
- Zilveren-zacht, de half-ontloken maan
- Bloeit als een vreemde bloesem zonder vrucht,
- Wier bleeke bladen aan de kim vergaan,—
-
- Zóó zag ik eens, in wonder-zoet genucht,
- Uw half-verhulde beelt'nis voor mij staan,—
- Dán, met een zachten glimlach en een zucht,
- Voor mijn verwonderde oogen ónder-gaan.
-
- Ik heb u lief, als droomen in den nacht,
- Die, na een eind'loos heil van éénen stond,
- Bij de eerste schemering voor immer vlôôn,—
-
- Als morgen-rood en bleeke sterren-pracht,
- Iets liefs, dat men verloor en niet meer vond,
- Als alles, wat héél ver is en héél schoon.
- --oOo-- -